Stripnieuws bij Stripweb Kortrijk: recensies, nieuwe releases, auteurnieuws, interviews en evenementen uit de stripwereld.

Baudouin Deville blijft geschiedenis tekenen

Geschreven door Stripweb | Mar 8, 2026 2:20:37 PM

Baudouin Deville behoort al jaren tot de interessantste stemmen binnen de Belgische historische strip. De in Luik geboren tekenaar, illustrator en scenarist heeft een oeuvre opgebouwd waarin een heldere klassieke tekenstijl samengaat met een sterke liefde voor geschiedenis, sfeer en reconstructie. Zijn werk sluit aan bij de traditie van de klare lijn, maar blijft tegelijk eigentijds aanvoelen: precies, elegant en vooral bijzonder toegankelijk.

Zijn weg naar de strip verliep niet vanzelfsprekend. Met een diploma bedrijfsbeheer op zak leek Deville eerst voor een ander parcours te kiezen, tot hij een stripplaat opstuurde naar het weekblad Tintin en zo in contact kwam met Eddy Paape. Dat bleek een beslissend moment. Deville volgde vervolgens een opleiding Grafiek en Beeld aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel, aangevuld met een vorming in publicitaire technieken. Die achtergrond zie je nog altijd in zijn pagina’s: helder opgebouwd, visueel sterk gecomponeerd en met een opvallend gevoel voor decor en leesbaarheid.

Zijn eerste sporen in de stripwereld liet hij midden jaren tachtig na met L’Inconnu de la Tamise, een driedelige reeks die vandaag met andere ogen bekeken wordt als een vroege staalkaart van zijn kunnen. Deze reeks werd vertaald door BDmust en heet in het Nederlands " De Drenkeling van de Thames" ( vertaling van de "inconnu" ( die onbekende betekendt )naar "De Drenkeling" is wel bizar).

Daarna volgde Les Esclaves de la Torpeur. Later was Deville ook actief in de reclamewereld, maar de strip bleef trekken. Met Continental Circus maakte hij in 2011 een opvallende terugkeer. Dat album, over legendarische motorrijders uit de jaren zestig en zeventig, bevestigde zijn talent om historische settings niet alleen nauwkeurig, maar ook levendig en meeslepend in beeld te brengen.

 

 

 

Voor een breder publiek werd Deville vooral bekend met Kathleen, de reeks die hij samen met scenarist Patrick Weber uitbouwde. Daarin volgt de lezer Kathleen Van Overstraeten, een jonge vrouw die telkens terechtkomt op breuklijnen van de Belgische en Europese geschiedenis. Albums als Glimlach 58, Léopoldville 60, Brussel 43, Inno 67, Berlin 61 en Volkshuis 65 tonen hoe sterk Deville is in het omzetten van historische stof in spannende, toegankelijke stripverhalen. De kracht van die reeks zit precies in die combinatie: geschiedenis krijgt er geen droge educatieve behandeling, maar wordt de motor van avontuur, intrige en suspense.

 

 

 

 

 

 

 

Wat Devilles werk extra onderscheidt, is zijn gevoel voor sfeer. Zijn albums zijn rijk aan architectuur, voertuigen, interieurs, affiches en kostuums die nooit louter decoratief zijn, maar echt bijdragen aan de geloofwaardigheid van het verhaal. Zijn stijl wordt vaak omschreven als retro-chic, dicht bij de klare lijn, met een uitgesproken liefde voor de visuele cultuur van de jaren veertig tot zestig. Daardoor slagen zijn strips erin zowel liefhebbers van klassieke avonturenverhalen als lezers met een passie voor geschiedenis aan te spreken.

Ook dit jaar toont https://www.stripweb.be/nl-nl/deville-baudouin/zoeken?text=&11=90666&all=1 Deville zich bijzonder productief, met maar liefst drie nieuwe uitgaven die elk een andere kant van zijn werk belichten.

 

De eerste is De hemel aanraken, een album dat werd gemaakt naar aanleiding van 800 jaar Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal in Brussel. Hier kiest Deville niet voor een klassiek avonturenverhaal, maar voor een cultuurhistorische benadering waarin de geschiedenis van een monument centraal staat. Dat biedt hem de kans om zijn talent voor architectuur, historische evocatie en visuele reconstructie volop uit te spelen. Het resultaat lijkt een album te worden waarin erfgoed, geschiedenis en strip elkaar op een natuurlijke manier vinden.

Daarnaast verschijnt ook De Drenkeling van de Thames, een terugkeer naar zijn vroegere werk. Het gaat om een herneming van zijn oorspronkelijke driedelige reeks uit de jaren tachtig, nu in een verzorgde integrale editie. Dat maakt deze uitgave bijzonder interessant, want wie vandaag terugbladert naar dit vroege werk, ziet meteen hoe veel van Devilles latere kwaliteiten daar al aanwezig waren: het gevoel voor mysterie, de zorg voor decors, de historische aankleding en de liefde voor de klassieke Frans-Belgische verteltraditie. Deze integrale is dus niet alleen een heruitgave, maar ook een kans om het begin van zijn auteurschap opnieuw te ontdekken.

Aan het einde van het jaar volgt dan nog een nieuwe Kathleen: deel 7, OTAN 66. Dat album belooft opnieuw geschiedenis en spanning nauw met elkaar te verbinden. De achtergrond is dit keer bijzonder geladen: in 1966 verhuisde het NAVO-hoofdkwartier van Frankrijk naar België, nadat Frankrijk zich had teruggetrokken uit de geïntegreerde militaire structuur van de alliantie. Dat geopolitieke kantelpunt vormt het decor voor een verhaal waarin internationale spanning, politieke intrige en binnenlandse dreiging samenkomen. Volgens de eerste aankondigingen krijgt Kathleen te maken met een extreemrechtse terreurorganisatie die gelinkt is aan Léon Degrelle en een aanslag voorbereidt in België. Daarmee lijkt OTAN 66 opnieuw een schoolvoorbeeld te worden van wat deze reeks zo sterk maakt: historische feiten worden niet alleen gereconstrueerd, maar ingezet als brandstof voor een spannend en meeslepend verhaal.

Hierbij al een prachtig ingekleurde pagina door Bérengère Marquebreucq:

Die drie uitgaven maken samen mooi duidelijk waar Baudouin Deville vandaag staat. De hemel aanraken toont zijn talent voor historische reconstructie in dienst van cultureel erfgoed. De onbekende van de Thames werpt nieuw licht op zijn vroege werk en laat zien hoe stevig zijn fundamenten al van bij het begin waren. En OTAN 66 bewijst dat Kathleen nog altijd een vitale reeks is, waarin Belgische geschiedenis op een intelligente en spannende manier tot leven komt.

Baudouin Deville bewijst daarmee opnieuw dat de historische strip allerminst een genre van gisteren is. In handen van een auteur met vakmanschap, documentatiezin en een sterk gevoel voor beeld kan geschiedenis nog altijd springlevend, meeslepend en relevant worden verteld.