Striptekenaar Dino Attanasio is op 17 januari 2026 in België overleden, op 100-jarige leeftijd. Met hem verdwijnt een auteur met een uitzonderlijk parcours: geboren in Italië, Belg door keuze en carrière, en gedurende tientallen jaren een vaste waarde in de Europese strip. Van de naoorlogse bloei van de weekbladen tot de grote heruitgaven en herontdekkingen van het patrimonium: Attanasio heeft die geschiedenis niet alleen meegemaakt, hij heeft ze mee vormgegeven.
Dino Attanasio werd op 8 mei 1925 in Milaan geboren als Edoardo Attanasio. Na zijn artistieke opleiding en eerste stappen als tekenaar verhuisde hij in 1948 naar België. Die verhuis was meer dan een geografische verplaatsing: hij belandde in het kloppende hart van de stripproductie, waar redacties, studio’s en tijdschriften het ritme bepaalden van een hele generatie makers.
jij ontwikkelde ook een eigen stijl: een enorme werkkracht, een soepele en bijzonder leesbare lijn, en vooral een zeldzame veelzijdigheid. dit kan je ook zien in zijn vele werken en medewerkingen met andere tekenaars.
Zie stripinfo: "Dino Attanasio" waar je een volledig overzicht vindt van zijn oeuvre.
Attanasio schakelde moeiteloos tussen humor en avonturenstrip zonder aan narratieve helderheid in te boeten.
Attanasio liet een indrukwekkende bibliografie na, maar drie ankerpunten springen eruit — omdat ze elk op hun manier een tijdperk samenvatten.
Spaghetti eerst: een uitgesproken “Italiaans” personage met een komische flair, dat vanaf 1957 in Kuifje (Journal Tintin) furore maakte. De reeks ontstond in samenwerking met René Goscinny. Attanasio’s komisch timinggevoel, zijn talent voor decors en zijn strakke ritme maken Spaghetti tot een warm herinnerd ijkpunt voor meerdere generaties lezers. Deze figuur krijgt nu ook nieuwe avonturen zie het artikel : Spaghetti in 2026"
Bob Morane vervolgens: Attanasio geldt als de tekenaar die de eerste stripadaptatie van Henri Vernes’ avonturenheld gestalte gaf, gepubliceerd in Femmes d’aujourd’hui vanaf het einde van de jaren 1950. Hier bewees hij dat hij ook het “serieuze” avontuur aankon: een directe actiescène, een efficiënte en duidelijke mise-en-scène, en een vertelstijl die het tempo hoog hield.
Ton en Tinneke ten slotte: wanneer Franquin de reeks verlaat, neemt Attanasio begin jaren 1960 de tekeningen over en draagt hij gedurende meerdere jaren wezenlijk bij aan de continuïteit van de gagreeks in Kuifje. Dat is een delicaat soort opdracht: een geliefd universum verderzetten zonder het te verzwakken. Attanasio bracht er vlotheid, gaggevoel en een solide vakmanschap in, wat mee verklaart waarom zijn periode vandaag nog steeds aandacht krijgt en regelmatig wordt heruitgegeven.
Wie door Attanasio’s werk bladert, ziet vooral de breedte van zijn terrein. Hij werkte voor uiteenlopende bladen en genres: van Kuifje tot Robbedoes, maar ook educatieve en historische reeksen. Daarnaast bouwde hij een duurzame band op met de Nederlandstalige markt, waar hij populaire misdaad- en avonturenverhalen tekende voor tijdschriften als Pep en Eppo. Ook Johnny Goodbye waarvan we nieuwe uitgaven onlangs konden lezen via uitgeverij het Vlaams Stripcentrum. is van zijn hand.
Die redactionele mobiliteit is veelzeggend. Attanasio belichaamt een model dat vandaag bijna verdwenen is: de auteur die snel, degelijk en in verschillende registers kan produceren, afgestemd op de veeleisende, quasi-industriële publicatieritmes van weekbladen.
Attanasio “maakte” niet enkel pagina’s; hij maakte ook deel uit van een ateliercultuur — met assistenten, doorgifte van opdrachten en informele opleiding — die de Belgische stripwereld lange tijd structureerde. In een systeem waarin wekelijks publiceren de norm was, leerden tekenaars het vak al doende: met discipline, met deadlines, met een constante nood aan helder vertellen.
Hij is steeds actief gebleven en op een discrete manier bleef hij wel in de actualiteit.
In de voorbije jaren was er een duidelijke hernieuwde belangstelling voor Attanasio’s werk: heruitgaven, aandacht in tentoonstellingen en een groeiend besef van zijn plaats in de geschiedenis van de Frans-Belgische strip. Ook een biografische publicatie droeg bij aan die herpositionering en onderstreepte hoe centraal — en soms onderschat — zijn rol was in het ecosysteem rond Kuifje en de brede Europese striptraditie.
Op 17 januari 2026 overleed hij in België, het land waar hij al decennialang thuis was.
Dino Attanasio behoort tot de generatie makers wier loopbaan samenviel met een tijdperk: een periode waarin tijdschriften stijlen, ritmes en mythologieën vormden. Hij laat albums na, personages, talloze korte verhalen, maar ook een opvatting van het vak: die van de tekenaar die alles kan — en dat bovendien uitzonderlijk lang heeft volgehouden.
Met zijn overlijden sluit een hoofdstuk. En verdwijnt opnieuw een stukje van die Frans-Belgische “fabriek” .