François Boucq over Resurrection Hill: “Er komt geen vierde deel
Het slot van de trilogie met Jerome Charyn verschijnt begin 2027 in het Nederlands. Verschijningsdatum volgt.
In maart kondigden we het al aan: de trilogie van François Boucq en Jerome Charyn wordt eindelijk compleet. Little Tulip en New York Cannibals krijgen met Resurrection Hill hun langverwachte slotstuk. De Franse editie ligt sinds oktober in de winkel, de Nederlandse vertaling volgt begin 2027. De exacte datum is nog niet bekend, maar zodra we ze hebben lees je het hier als eerste.
Intussen sprak Boucq uitgebreid met het Franse stripmagazine DBD over het ontstaan van de reeks, over Pavel en Azami, en over waarom tekenen voor hem belangrijker is dan literatuur. We pikten er de opvallendste passages uit.
Een one-shot die een trilogie werd
Het begon allemaal toen de oude albums van Boucq van Casterman naar Le Lombard verhuisden, waaronder de twee boeken die hij eerder met Charyn maakte: Bouche du diable en La Femme du magicien. Charyn stelde voor om opnieuw samen te werken en kwam met een verhaal over Karel de Grote. Boucq had daar geen zin in. Hij wilde een verhaal vertellen over het tekenen zelf.
Net op dat moment ontdekte hij Drawings From the Gulag van Dantsig Baldaev, een voormalige kampbewaker die tekende wat hij rond zich zag. Boucq stelde Charyn een verhaal voor over een tatoeëerder die in de goelag overleeft door medegevangenen te tatoeëren, en stuurde hem meteen ook een lexicon van Russische gevangenistatoeages mee. Zo werd Little Tulip geboren, in principe als een op zichzelf staand album.
Dat het toch verder ging, lag volgens Boucq aan "de goesting van Jerome, en het succes van het eerste deel". Hij ging akkoord op één voorwaarde: elk vervolg speelt twintig jaar later. Na New York Cannibals stelde hij zelf een derde deel voor, opnieuw twintig jaar verder, deze keer rond de zoon van Azami. Maar hij is er duidelijk over: een vierde deel komt er niet.

Personages laten ouder worden
Voor het eerst in zijn carrière liet Boucq zijn personages verouderen, en dat vond hij naar eigen zeggen boeiend. Azami, de bodybuildster uit New York Cannibals, heeft spiermassa verloren maar blijft stevig gebouwd. Een personage laten verouderen is meer dan een paar rimpels toevoegen, zegt hij. Hij keek daarvoor naar Milton Caniff, die elke vrouw een eigen anatomie gaf, en naar Harold Foster, die in Prins Valiant zijn personages fysiek liet evolueren.
Het lastigste personage was Paul Tanaka, de zoon van Azami. Boucq had meerdere pagina's nodig om te begrijpen wie hij was: naïef bij de start, maar iemand die gaandeweg zelfvertrouwen wint en de liefde ontdekt. Die liefdesgeschiedenis was in het scenario van Charyn veel beperkter, maar groeide onder Boucqs handen uit tot het hoofdthema van het slotdeel. Om die liefde geloofwaardig te maken, bouwde hij spanningen en obstakels in die de twee uit elkaar houden.
Opvallend: Charyn wilde Pavel laten sterven. Boucq weigerde. Hij identificeert zich te sterk met de tatoeëerder, die in de reeks veel zegt wat Boucq zelf over tekenen denkt.
New York, twintig en veertig jaar later
Een andere uitdaging was de stad zelf. New York is in twee en vier decennia grondig veranderd, en Boucq hield daar rekening mee. Hij keerde net voor corona nog terug. In de jaren 90 was het een grauwe stad, en met Charyn trok hij toen bewust door de meest louche wijken. Na twee weken wilde hij alleen nog naar huis. Voor het eerste album werkte hij bovendien volledig op plattegronden: Google Maps bestond nog niet.
Eén spijt heeft hij: de Oekraïense vrienden van de tatoeëerder in het derde deel had hij graag al in Little Tulip opgevoerd. Jong, dan wel.
"Woorden zijn spoken, tekeningen niet"
De rode draad door het hele gesprek is Boucqs overtuiging dat tekenen meer kan dan literatuur. Een tekening belichaamt dingen, woorden blijven voor hem schimmig. In een strip speel je met vormen, en als die vormen niet samenvallen, zit er meteen chaos in het beeld. Op de vraag of een tekening de verbeelding van de lezer niet beperkt, antwoordt hij resoluut: nee, ze geeft de lezer net een springplank.
Tweemaal per maand volgt Boucq nog altijd naaktmodeltekenen. Wie nooit lichamen tekende door ernaar te kijken, kan ze volgens hem ook niet correct verzinnen. Geen twee handen zijn gelijk. En een tekenaar tekent voortdurend, ook zonder potlood in de hand.
Ook nieuw: Boucq in de keuken
Naast Resurrection Hill verscheen bij Glénat ook L'Art des mets, een kookboek van Yannick Hornez dat Boucq illustreerde. Hornez verzamelde recepten uit bekende films, en Boucq tekende een hele galerij karikaturen: Charlie Chaplin, Laurel en Hardy, Louis Jouvet en Michel Simon, maar ook Balzac bij zijn koffie en Proust met zijn madeleines. Alle recepten werden nagekeken door een voormalige sterrenchef. Voorlopig enkel in het Frans.
Waar blijven Little Tulip en New York Cannibals?
De eerste twee delen zijn in het Nederlands al een tijd uitverkocht. We hopen dat de uitgever ze herdrukt nu het slotdeel eraan komt, en we houden je op de hoogte. Alle beschikbare albums van François Boucq vind je op onze auteurspagina. Onze eerdere blog over de trilogie, met beelden van de Franse integrale, lees je hier.
Preview van de eerste pagina's van Ressurection Hill ©Le Lombard -Boucq- Ressurection Hill-2026
Bron: interview door Frédéric Bosser in DBD magazine.
Dit album in de webshop van Stripweb Kortrijk
Bekijk in de webshop


