Skip to main content

Hugo (Integrale): de betoverde middeleeuwen van Bédu, eindelijk gebundeld in één volume

geschreven door Stripweb
13 januari, 2026

bedu-hugo-stripweb

Er zijn reeksen die gemaakt lijken om hun tijd te overstijgen. Hugo, de middeleeuwse fantasy van Bédu, hoort daarbij: een avonturenstrip die tegelijk grappig en vindingrijk is, met een verzorgde tekenstijl, ontstaan in het ecosysteem van het Journal Tintin ( Weekblad Kuifje) en opnieuw onder de aandacht gebracht dankzij een integrale die het werk en de auteur in een breder perspectief plaatst.

Voor we verdergaan, eerst een belangrijk punt dat vaak tot verwarring leidt: het album Integrale Hugo” verscheen origineel bij Le Lombard en werd vertaald door Lauwert ( Tzooz),  in het Frans dus niet bij Dupuis uitgegeven, ook al is Bédu ook sterk verbonden met het Dupuis-universum via De PSy en behoren Le Lombard en Dupuis tot dezelfde groep.

Hugo Cover


De integrale in het kort

De uitgave Integrale Hugo (Le Lombard) verscheen in mei 2016, in hardcover, en telt 304 pagina’s bij Le Lombard.
Ze bundelt de kern van de reeks en bevat daarnaast een stevig redactioneel luik (dossier + extra verhalen), waardoor dit een zeer toegankelijke instap is om Hugo te ontdekken of te herontdekken. Lauwert had een hele klus om deze te vertalen en te herbeletteren maar het resultaat mag er zijn.


Wie is Hugo?

Hugo is in de eerste plaats een jonge troubadour: een rondtrekkende held die door een fantastische middeleeuwse wereld trekt—licht van toon en vol ideeën—terwijl hij zingt en koppig optimistisch blijft, zelfs wanneer alles volledig ontspoort.

Hij staat er niet alleen voor: het universum draait rond een klein gezelschap dat meteen herkenbaar en sympathiek is.

  • Biscoto, een beer die als reisgenoot zowel komisch als beschermend werkt.

  • Narcisse, een klein groen wezentje dat “het lot” belichaamt: een slimme narratieve vondst om commentaar, intuïties en onverwachte wendingen te laten opduiken.

  • Prune, een fee die over de groep waakt (en over het sprookjesevenwicht van het verhaal).

In de praktijk werkt Hugo als een reeks questen: vloeken, wezens, magische voorwerpen, reizen, “andere werelden” (of magische zones) en inzet die soms ronduit absurd wordt—maar dan op de best mogelijke manier. Een typisch voorbeeld (vaak aangehaald omdat het meteen de toon zet): een prins die door een vloek verandert in… een boontje, wat een missie in gang zet die even onwaarschijnlijk als bloedserieus wordt behandeld.

INT_INTHUGO_00_NL_PG001_3036


Wie is Bédu?

Achter het pseudoniem Bédu zit Bernard Dumont, een Belgische auteur, geboren in 1948.
Zijn parcours heeft een opvallend detail: hij komt niet uit een klassieke kunstopleiding. Volgens Dupuis leerde hij als autodidact tekenen terwijl hij economische studies deed, tot hij in 1972 een thesis verdedigde met een uitgesproken “anti-romantische” titel: “De prijsvorming in het Sovjet-socialistische systeem”.

In de stripwereld heeft Bédu banden met meerdere grote huizen van de Frans-Belgische traditie:

  • Hij werkte lange tijd voor het tijdschrift Tintin ( bij ons Kuifje), waar hij verhalen publiceerde en waar Hugo vorm kreeg.

  • Hij nam ook Clifton over (een andere klassieke reeks).

  • Na het verdwijnen van het tijdschrift Tintin ( Kuifje) kwam hij in het Spirou/Dupuis-ecosysteem terecht, onder meer via de reeks De Psy, samen met Raoul Cauvin—zijn bekendste titel bij het brede publiek.


 “Integrale” (en wat zit er precies in)?

Het voordeel van een integrale, als die goed is opgebouwd, is niet alleen dat ze bundelt: ze plaatst opnieuw in context.

1) De gebundelde albums

De bibliografische beschrijving (BnF) documenteert exact welke delen zijn opgenomen: de integrale bundelt vijf centrale verhalen die overeenkomen met de albums van de reeks.

130801

 

329306

 

224410

 

130805

 

130803

 

 

2) Een redactioneel dossier (Patrick Gaumer)

Het boek bevat een dossier door Patrick Gaumer, bedoeld als terugblik op de auteur en de ontstaansgeschiedenis van de reeks. Lauwert benadrukt dat de integrale opent met dit dossier, dat ingaat op Bédu’s jeugd, zijn eerste pogingen en de creatie van Hugo.

3) Extra verhalen (eerder niet in albumvorm)

Verschillende referentiefiches vermelden ook twee korte verhalen van elk 8 pagina’s, aangekondigd als niet eerder in albumvorm verschenen (onder meer Het Duel en De Adem van het beest).

INT_INTHUGO_00_NL_PG001_3034


Fantasy “op leeshoogte”: wat de stijl van Hugo zo sterk maakt

Hugo wordt soms te snel in het vakje “jeugd” gestopt, en daarmee is de kous af. Dat is een mislezing: ja, de reeks leest vlot en toegankelijk, maar ze rust op drie kwaliteiten die zelden zo consequent samenkomen.

Een verbeelding die losgaat, maar helder blijft

Lauwert beschrijft de reeks als een queste-structuur in een middeleeuws decor dat aansluit bij grote Frans-Belgische referenties, maar dan met een meer dolkomische inslag en een opeenstapeling van vondsten (onwaarschijnlijke bondgenoten, wezens, absurde situaties, enzovoort).

Een “klassieke” tekenstijl die uitzonderlijk efficiënt is

Lezersreacties benadrukken vaak de kwaliteit van de decors (kastelen, kathedralen, dorpen) en een enscenering die helder blijft, zelfs wanneer het verhaal in pure fantasie doorschiet.

Een toon die niet klef wordt

Een terugkerend punt in beoordelingen: de humor van Hugo steunt vooral op inventiviteit, ritme en karakterwerk, niet op kinderachtig “down talken” naar de lezer.

INT_INTHUGO_00_NL_PG001_3037


Meningen en ontvangst: wat critici en lezers zeggen

Voor een evenwichtig beeld is het nuttig om redactionele kritiek en lezersfeedback te combineren.

  • PlanèteBD spreekt over een integrale die “het geheugen opfrist” en benadrukt humor en inventiviteit; het besluit zelfs met de bedenking dat het jammer is dat Bédu vandaag minder scenariseert.

  • Op Bedetheque vat een lezer de ervaring samen met een heel directe zin: “Een kleine parel van de Belgische school.”

  • Aan de kant van webwinkels geeft BDFugue een lezersscore (4/5 op 1 beoordeling) en zet het de “boontjes”-vloek als narratieve haak in de verf, samen met het “zeer amusante” karakter.

Wat in meerdere reacties terugkomt: de integrale voelt “compleet” en doet recht aan een reeks die voor velen te lang onder de radar bleef—onder meer omdat ze minder zichtbaar was dan de grote commerciële zwaargewichten van de uitgever.

INT_INTHUGO_00_NL_PG001_303


Interviewfragmenten: Bédu over Hugo

In een interview zegt Bédu ook dat hij de reeks opnieuw heeft herlezen bij de verschijning van de integrale bij Le Lombard, en dat hij zich er zelf over verbaast welke ideeën er destijds “uit zijn brein” kwamen—een eenvoudige, maar veelzeggende manier om de creatieve densiteit van de reeks te omschrijven.

Conclusie: voor wie is Hugo (Integrale) bedoeld? (althans volgens Stripweb)

  • Voor lezers met een zwak voor het weekblad Kuifje-tijdperk: de integrale plaatst Hugo opnieuw in zijn context en laat zien hoe sterk de reeks in de Frans-Belgische avonturentraditie staat.

  • Voor liefhebbers van “lichte” fantasy: een heroic fantasy zonder cynisme, met focus op creativiteit en leesbaarheid.

  • Voor wie Bédu vooral kent van de Psy: dit is vermoedelijk het beste tegenbeeld—Bédu als auteur-tekenaar met een andere facette van zijn humor en zijn lijn.

INT_INTHUGO_00_NL_PG001_3038