Interview Stefano Carloni, nieuwe tekenaar van De Schorpioen.

Er waait een nieuwe wind door De Schorpioen. De nieuwe tekenaar vertelt hoe hij bij het project terechtkwam, waarom hij (voorlopig) afscheid neemt van Roodbaard en wat je mag verwachten van de komende albums, met het tempo van één deel per jaar.

©carloni-stripweb-2026
1 / Wat een nieuws! Hoe reageer je op deze aankondiging?
Eerlijk gezegd zit ik nog steeds een beetje tussen enthousiasme en ongeloof, ook al werk ik nu al bijna zeven maanden aan het album.
Het is een project dat ik met heel veel goesting aanpak, maar ook met een groot verantwoordelijkheidsgevoel.
Dit is de reeks die me als tiener echt heeft getroffen en die in mij een diepe liefde voor het stripverhaal heeft doen ontstaan: op deze pagina’s heb ik de kunst van kleur en vertelkunst geleerd. Het is ook de reeks die me deed begrijpen dat ik op een dag alles zou doen om dit beroep uit te oefenen, ook al leek dat toen totaal onbereikbaar. Daarom is het vandaag moeilijk om in woorden te vatten wat het betekent dat ik er mijn eigen interpretatie aan mag geven.

Het enthousiasme is des te groter omdat ik eindelijk de pagina’s in directe kleur zal kunnen inkleuren, iets wat altijd een droom voor mij is geweest. Deze nieuwigheid kunnen delen met de lezers en de fans is dus iets waar ik met enorm veel ongeduld naar heb uitgekeken.
2 / Hoe is de uitgever bij jou terechtgekomen / hoe ben je benaderd?
Dat is een vrij bijzonder verhaal. Ik had al een hele tijd contact met Desberg, en we werkten aan een project een beetje “met vier handen”: hij had een scenario ontwikkeld vertrekkend vanuit een van mijn ideeën, dat we daarna aan Dargaud Benelux hebben voorgesteld.
Yves Schlirf, de uitgeefdirecteur, vond het project interessant, maar hij had al lang een idee dat hij niet uit zijn hoofd kreeg en waarover hij me eigenlijk nooit had verteld: dat ik De Schorpioen zou overnemen. Dat voorstel kwam totaal onverwacht; ik had het echt niet zien aankomen. Maar ik kon het natuurlijk niet naast me neerleggen, want, zoals ik al zei, deze reeks heeft enorm veel voor mij betekend.

3 / Wat zijn de plannen: één album per jaar, of eerder per cycli?
De vraag van de uitgever was heel duidelijk: één album per jaar, een tempo dat ik strikt wil aanhouden. Het idee is om opnieuw een regelmatige cadans te vinden, zodat de lezers niet te lang hoeven te wachten tussen de afleveringen en er weer echte continuïteit in de reeks komt. Deel 15 verschijnt tegen het einde van dit jaar.
In deel 16, dat Stephen momenteel op volle toeren aan het schrijven is, keren we terug naar Rome en gaan we gedeeltelijk terug naar de oorsprong van de reeks, met intriges rond bepaalde personages uit het verleden. Stephen heeft nog enorm veel te vertellen.

4 / Wat gaat er nu gebeuren met Roodbaard?
Dat was een centrale vraag. Van nature heb ik de behoefte om me voor 100% te geven op het vlak van kwaliteit. Tegelijk aan twee belangrijke reeksen werken, en daarbij ook nog de inkleuring verzorgen — wat geen detail is — én tegelijk voor elk van beide een ritme van één album per jaar halen, zou voor mij simpelweg onmogelijk zijn geweest.
Daarom heb ik, niet zonder een zekere pijn in het hart, besloten om Roodbaard (Barbe-Rouge) los te laten. Ik wist dat dit moment ooit zou komen, en dit was de kans waaraan ik niet heb kunnen weerstaan.

5 / Heb je geen spijt dat je Roodbaard opzijzet voor een ander project?
Het was voor mij een immens plezier om mijn eigen interpretatie te mogen geven aan zo’n belangrijk personage als Roodbaard, waaraan ik erg gehecht ben geraakt, ook al heb ik altijd een zekere emotionele afstand gevoeld. Het is een reeks die is ontstaan en een groot succes werd nog voor mijn geboorte, en die behoort tot de verbeelding van een andere generatie dan de mijne. Ik erken ten volle het belang ervan en heb het grootste respect voor haar plaats in de grote traditie van het klassieke stripverhaal.
Er blijft dus een lichte, onvermijdelijke spijt, verbonden aan mijn gehechtheid aan Roodbaard en aan de mensen met wie ik aan deze reeks heb gewerkt, maar die wordt ruimschoots overstemd door het enthousiasme, de vreugde en de energie die dit nieuwe hoofdstuk me brengt. De Schorpioen voelt voor mij op alle vlakken veel dichter bij mezelf.

6 / Hoe positioneer je je tegenover de stijl van Marini en Critone? Ga je je eigen accenten leggen, of zijn er opgelegde regels?
Net als bij Roodbaard werk ik hier met personages die niet van mij zijn, en waaraan ik mijn eigen interpretatie zal geven, met volledig respect voor de creaties van Enrico en Stephen. Eén ding is zeker: Marini is een van mijn belangrijkste artistieke invloeden geweest en dat is hij nog altijd, vooral wat kleur betreft. Mijn natuurlijke stijl ligt daardoor vanzelfsprekend dichter bij de zijne dan bij die van Hubinon.
Dat gezegd zijnde heeft de uitgever me nooit gevraagd om een stijl te kopiëren, en ik denk dat dat ook zo was voor Luigi, die eveneens zijn eigen interpretatie heeft gebracht. Natuurlijk zijn er essentiële elementen die je moet respecteren om de coherentie van de reeks te bewaren — de fysionomie van de personages, de sferen, een zekere filmische vertelstijl — maar voor al de rest heeft men me heel duidelijk gevraagd om volledig mezelf te zijn.

We zien elkaar dus terug in de pagina’s van de nieuwe Schorpioen. Ik doe mijn uiterste best, en ik hoop dat jullie hem met hetzelfde enthousiasme zullen ontvangen als datgene dat ik voel wanneer ik deze pagina’s teken.
