Mortuarium Volzet: Manchettes neo-noir herleeft in beeld dankzij Cabanes & Doug Headline
Met Mortuarium Volzet, dat in januari bij Uitgeverij Lauwert verschijnt ( vertaald uit de Franse collectie Vrije Vlucht), krijgt het werk van Jean-Patrick Manchette opnieuw een sterke stripvertaling. De Franse auteur gold jarenlang als een van de drijvende krachten achter de “néo-polar” nieuwe misdaadroman; en net in de strip heeft zijn universum de voorbije jaren een uitgesproken tweede leven gekregen. Dat is in grote mate te danken aan het tandem Max Cabanes (tekeningen en kleuren) en Doug Headline (adaptatie/scenario), de zoon van de schrijver, die als bewerker en behoeder van het oeuvre de toon en de ritmiek van de brontekst nauwgezet bewaakt.

Opgepast bij de eerste uitzet ( en dat zijn er niet veel) zit er een stofomslag met andere cover.
Een Eugène Tarpon die helemaal naar de jaren zeventig ruikt
Het vertrekpunt van Mortuarium Volzet is meteen raak getypeerd: Parijs, 1975—popjaren, bloemmotieven, pofmouwen en wijde pijpen. We volgen Eugène Tarpon, een gehavende ex-rijkswachter die na een incident de politie verlaat en probeert te overleven als privédetective. Hij is geen glanzende held, eerder een man met een groot hart bij wie het geluk al een tijd niet meer aanbelt.
Die insteek is essentieel voor Manchette: hij schrijft zelden een klassiek “raadsel om op te lossen”. Waar het hem om gaat, is atmosfeer—tempo, dialogen met een eigen muzikaliteit, en een sociale achtergrond die voortdurend mee ademt. De uitgever presenteert Morgue pleine bovendien als Tarpons eerste onderzoek: een uitgesproken menselijke figuur, verankerd in het Frankrijk van de jaren zeventig, met avonturen die tegelijk dreigend en bij momenten ronduit absurd kunnen kantelen.
Op de pagina maakt Cabanes dat tijdsbeeld tastbaar via decors (winkelfronten, kantoren, cafés, traphallen), maar vooral via lichamen: afhangende schouders, ontwijkende blikken, zware silhouetten, getekende gezichten. Het is een heel “levende” expressiviteit, bijna filmisch, in dienst van een vertelling die vooruitgaat zonder pathos.

Headline/Cabanes: een echte adaptatiemethode
Dat de albums van “Cabanes/Headline/Manchette” zo soepel lezen, heeft ook met werkwijze te maken. Headline brengt de intieme kennis van het oeuvre mee—en een scherp gevoel voor montage en dramatische timing. Cabanes draagt de mise-en-scène: acteren met figuren, ritme in de pagina, en een découpage die de spanning bewaart.
In een interview wordt die dynamiek kernachtig beschreven: Cabanes deed de eerste voorstellen voor de paginaverdeling en sequenties, terwijl Headline het geheel van begin tot einde opvolgde, pagina per pagina. Net dat is cruciaal om Mortuarium Volzet te begrijpen: dit is geen “geïllustreerde” roman, maar een herwerking van ritme. Het noir ( lees misdaad-policier) proza van Manchette is droog en compact; de strip moet een visueel equivalent vinden dat de ironie en de hardheid niet wegpoetst.

Vooraf aan Mortuarium Volzet: een Manchette-cyclus in strip
De impact van Mortuarium Volzet wordt groter als je het plaatst in de eerdere samenwerking tussen Headline en Cabanes, waarin meerdere Manchette-titels een stripleven kregen. Jammer genoeg zijn alle strips van Cabanes uitverkocht en we gaan ervan uit dat dit met deze ook zo zal zijn. Dus een goede tip en wacht niet te lang indien je fan bent van deze auteurs.
1) De Prinses van het bloed: het onvoltooide afwerken
Het startpunt van hun gezamenlijke traject is Princesse de sang. De uitgever benadrukte dat het verhaal lang enkel als onvoltooide versie bekend was, voordat Headline en Cabanes het in beeld brachten—eerst als tweeluik, later herwerkt tot een uitgebreidere integrale editie. De premisse heeft iets uitzonderlijks: een “postume” Manchette die via spionage de politieke en economische zenuwen van het naoorlogse Europa blootlegt.

2)Femme fatale: sociaal gif als motor
In Femme Fatale snijdt Manchette nog scherper. Een jonge, aantrekkelijke weduwe nestelt zich in het milieu van lokale notabelen in een provinciestad, observeert en wacht op de onvermijdelijke breuklijn—om vervolgens open kaart te spelen en de rekening te presenteren, in alle betekenissen van het woord. Het is een model van sociaal venijn: de stad als microsamenleving, geld en verlangen als brandstof, en schijnbare elegantie als masker.

3) Nada: politiek, geweld en ontgoocheling
Nada ( vertaling volgt later ) trekt de politieke lijn verder door. Begin jaren zeventig, wanneer de nawerking van mei ’68 nog voelbaar is, bedenkt een extreemlinkse groep een spectaculaire ontvoering. Het plan ontspoort en de spiraal wordt onstuitbaar. De uitgever noemt de roman een sleutelwerk van de néo-polar ( nieuwe misdaadroman); de stripadaptatie legt vooral het bittere desillusionnement bloot dat in het verhaal onder de actie blijft branden. Critici wijzen daarbij op de sterke gezichtsuitdrukkingen en het harde tijdsbeeld dat Cabanes neerzet.

Wat Mortuarium Volzet toevoegt ( althans volgens Stripweb)
Wat brengt dit deel, in vergelijking met Fatale en Nada ?
1) Een “kleine” figuur die het centrum wordt: Tarpon
Waar Fatale en Nada meer ensemble-machines zijn (en ideologisch nadrukkelijker), kiest Mortuarium Volzet voor één draagfiguur. Tarpon is een soort sensor: hij incasseert, kijkt, probeert overeind te blijven. Net daardoor wordt het tijdsgewricht niet alleen decor, maar een druk die voortdurend op hem inwerkt.
2) Een scheve toon: onheil met een grijns
Meerdere besprekingen wijzen erop dat deze adaptatie ook ruimte laat voor een wrange, soms verrassend komische onderstroom. Dat past bij Manchette: je kunt lachen—met tegenzin—terwijl het geweld en de maatschappelijke corrosie zich opstapelen. Andere recensenten benadrukken dan weer de gelaagde plotstructuur en de uitgesproken seventies-signatuur.
3) Bewaakte trouw aan het origineel
Een terugkerend discussiepunt bij adaptaties is “hoe trouw” ze zijn. Sommige critici zien in Headlines betrokkenheid—als bewerker én als iemand die het oeuvre van zijn vader al jaren begeleidt—een garantie dat de kern van de roman intact blijft. Tegelijk is er ook kritischer geluid: Manchettes stijl is onverbiddelijk; elke bewerking moet keuzes maken (helderheid versus sfeer, tempo versus nuance). Precies in die zone van keuzes worden Headline en Cabanes het scherpst gelezen.
En daarna: Que d’os ! en de verschuiving van Aire Libre naar Aire Noire
In de lijn van Mortuarium Volzet is er later ook Que d’os !: opnieuw een Tarpon-verhaal, met dezelfde mix van spanning, rauwheid en maatschappijkritische “sectie” van de jaren zeventig. Opvallend is dat Dupuis een deel van dit werk intussen onder het label Aire Noire positioneert—een noir ( misdaad-policier)-tegenhanger die expliciet mikt op misdaadfictie en roman noir. In interviews licht Doug Headline toe dat dit label een vergelijkbare ambitie wil dragen als Aire Libre ( bij ons gekend als vrije vlucht ), maar met een uitgesprokener polar-identiteit, en dat Dupuis de Manchette-adaptaties geleidelijk in die richting herkadert. Voor de Nederlandstalige lezers vormt dit niet echt een probleem omdat deze strips allemaal vertaald worden onder het label van Lauwert. Onder dit label valt bijvoorbeeld ook de strip Contrapaso waarvan we eind 2026 het tweede deel mogen verwachten.

Buiten het duo: Cabanes en Headline breder bekeken
Max Cabanes is veel meer dan “een misdaad-tekenaar”. In zijn loopbaan zitten humor, autobiografische registers en uiteenlopende samenwerkingen; zijn werk toont een breed narratief palet—precies wat Mortuarium Volzet zo rijk maakt in lichaamstaal, timing en sfeer. Om meer uitleg over zijn werk kan je via de maandbrief van januari bij stripweb terecht veel info terugvinden.
Doug Headline ( zoon van Manchette) wordt dan weer vaak omschreven als een uitgesproken “transversaal” profiel: schrijver/bewerker, maar ook actief in kritiek, vertaling, redactie en audiovisuele productie. Die achtergrond verklaart waarom zijn adaptaties doorgaans denken in scènes, overgangen en ritme—een natuurlijke match met Cabanes’ filmische vertelkunst.
Wie is wie bij Mortuarium Volzet ?
Nu Mortuarium Volzet bij Uitgeverij Lauwert verschijnt, duikt bij lezers vaak dezelfde vraag op: waarom staan er drie namen bij één album, en wie deed precies wat? Bij deze reeks is het onderscheid gelukkig heel duidelijk.
Jean-Patrick Manchette: de bron, de romanschrijver
Jean-Patrick Manchette (1942-1995) is de oorspronkelijke auteur. Hij schreef de roman Mortuarium volzet (1973) en creëerde daarin ook het personage Eugène Tarpon.
Manchette wordt vaak genoemd als een centrale figuur in de Franse roman noir en de zogenaamde neo-polar, waarbij misdaadliteratuur nadrukkelijk samenloopt met stijl, ritme en maatschappelijke ondertoon.
Kort gezegd: Manchette leverde het verhaal in zijn oorspronkelijke vorm (de roman).
Doug Headline: de bewerker, de scenarist van de strip
Doug Headline is het pseudoniem van Tristan Manchette (geboren in 1962), de zoon van Jean-Patrick Manchette.
In deze albums is hij niet de co-auteur van het originele verhaal, maar de adaptator: hij zet de roman om naar een stripscenario. Dat betekent concreet keuzes maken in scènes, structuur, verteltempo en dialoogselectie, zodat het proza werkt als beeldverhaal.
Belangrijk: deze samenwerking is geen eenmalig project. Headline en Cabanes maakten ook stripbewerkingen van De prinses van het bloed, Femme Fatale, Nada, Mortuarium Volzet en later Que d'os !.
Kort gezegd: Headline schrijft het scenario van de strip op basis van de roman van Manchette.
En de derde naam: Max Cabanes
Max Cabanes verzorgt de tekeningen en doorgaans ook de kleuren. Hij vertaalt het scenario naar acteurs, decors, montage en sfeer op de pagina. Bij Dupuis wordt de reeks vaak gepresenteerd als Cabanes - Headline - Manchette: tekenaar, adaptator, bronauteur. Vroeger stond Headline er niet op maar dit wordt bij de heruitgaven en vanaf de volgende nieuwe delen van deze auteurs wel vermeld. Bij Lauwert bijvoorbeeld werd uitdrukkelijk gevraagd om Headline toe te voegen aan de cover niettegenstaande hij niet op de Franse cover stond.
Wat betekent dat in één zin?
Bij Mortuarium Volzet geldt: Jean-Patrick Manchette schreef de roman; Doug Headline (Tristan Manchette) maakte de stripadaptatie als scenarist; Max Cabanes tekende en kleurde het album.

Slot
Mortuarium Volzet is dus niet zomaar “nog een adaptatie”, maar een scharnierdeel in een coherent project: Manchettes misdaadromans vertalen naar een volwassen, hoogwaardig stripregister zonder de scherpte te verliezen. In combinatie met De PRinses van het Bloed, Femme Fatale en Nada toont dit album hoe dezelfde auteur in verschillende gedaanten kan snijden—sociaal, politiek en existentieel—en hoe Cabanes en Headline daar een consequente beeldtaal voor hebben ontwikkeld. Je leest het dus een echte aanrader voor misdaadroman liefhebbers met een litteraire voorliefde.

Tags:
Stripreeks in de kijker

