Robbedoes tegen de nazi’s: het verzetsverhaal van Jean Doisy
Documentaire zet Robbedoes-redacteur Jean Doisy in de schijnwerpers: hoe Spirou tegen de nazi’s streed
Voor Nederlandstalige lezers blijft Spirou natuurlijk onlosmakelijk verbonden met Robbedoes. De piccolo met de rode muts werd bij ons jarenlang gelezen in het weekblad Robbedoes, de Nederlandstalige tegenhanger van Spirou. Dat blad is intussen al lang verdwenen, terwijl het Franstalige Journal Spirou nog altijd verschijnt. Net daarom is de nieuwe documentaire Spirou contre les nazis bijzonder interessant: hij vertelt een stuk stripgeschiedenis dat ook voor Robbedoes-lezers van groot belang is.

De documentaire, beschikbaar via de platformen van RTBF en France Télévisions, brengt het verhaal van Jean Doisy, de eerste hoofdredacteur van Spirou. Doisy was niet alleen een sleutelfiguur in de vroege geschiedenis van het weekblad, maar ook een verzetsman tijdens de Duitse bezetting van België.
De man achter Robbedoes, Kwabbernoot en de A.D.S.
Jean Doisy stond mee aan de basis van het jonge Spirou-universum. Hij creëerde onder meer Fantasio, bij ons bekend als Kwabbernoot, en was ook betrokken bij de creatie van Valhardi. Daarnaast richtte hij de A.D.S. op, de Amis de Spirou, een lezersclub met een erecode, een eigen taal en een sterk gemeenschapsgevoel.

Jean Doisy
Wat lange tijd veel minder bekend bleef: Doisy gebruikte zijn positie en netwerk ook voor het verzet. Tijdens de bezetting werkte hij in het geheim mee aan de Belgische weerstand. Hij hielp onder meer bij het vinden van onderduikplaatsen voor Joodse kinderen, in samenwerking met het Comité de défense des Juifs.
Verzetsboodschappen tussen de stripkaders
Volgens de makers van de documentaire liet Doisy in Spirou subtiele boodschappen verschijnen die opriepen tot verzet, zonder openlijk de Duitse censuur uit te dagen. Een opvallend voorbeeld is een illustratie van Jijé, waarin Spirou op een tank met kranten op een onzichtbare vijand vuurt. De vijand werd niet benoemd, maar de boodschap was duidelijk.
Toen de publicatie van Spirou in 1943 door de nazi’s werd verboden, vond Doisy een andere manier om het blad levend te houden. Hij richtte het poppentheater Le Farfadet op, dat rondreisde in België. Officieel diende het om Spirou te promoten, maar historica Christelle Pissavy-Yvernault ontdekte dat het theater ook een verzetsfunctie had: het kon bijvoorbeeld dienen om vrijgeleides te verkrijgen voor verzetslui die zich voordeden als leden van de troupe.
Van historische ontdekking naar stripreeks
De documentaire sluit ook aan bij de recente stripreeks De Robbedoesvrienden, geschreven door Jean-David Morvan en getekend door David Evrard. .png?width=1414&height=2000&name=robbedoes-vrienden-promo-stripweb%20(1).png)
Morvan baseerde zich op het onderzoek van Christelle en Bertrand Pissavy-Yvernault, auteurs van La véritable histoire de Spirou. Hun werk bracht nieuwe details aan het licht over Doisy’s rol in het verzet.
Een van de meest verbazingwekkende elementen is dat Doisy een zekere Victor Martin naar de omgeving van Auschwitz zou hebben gestuurd om informatie te verzamelen over het lot van Joden die vanuit België waren gedeporteerd. Zulke feiten tonen hoe ver Doisy’s engagement reikte, ver voorbij de redactie van een jeugdblad.
Een vergeten held uit de stripgeschiedenis
Na de oorlog bleef Jean Doisy opmerkelijk discreet over zijn verzetswerk. Zelfs zijn eigen familie wist lange tijd weinig over zijn daden. Dat verklaart waarom zijn naam niet dezelfde bekendheid kreeg als sommige andere verzetsfiguren. Toch blijkt uit de documentaire dat Doisy een uitzonderlijke rol speelde: als redacteur, als opvoeder, als organisator en als man die jongeren via Spirou gevoelig maakte voor waarden als moed, solidariteit en verantwoordelijkheid.
Voor Robbedoes-liefhebbers is Spirou contre les nazis dan ook meer dan een documentaire over een Franstalig stripblad. Het is een essentieel stuk geschiedenis over de oorsprong van een held die ook bij ons generaties lezers heeft gevormd. Het herinnert eraan dat Robbedoes en Spirou niet alleen stripiconen zijn, maar ook dragers van een humanistische traditie die tijdens de donkerste jaren van de twintigste eeuw heel concreet werd beleefd.

