Spaghetti: de terugkeer van een “Italiaanse” antiheld (en de uitdaging van een herneming)
Spaghetti: de terugkeer van een “Italiaanse” antiheld
Met de verschijning van een herneming getekend door Pieter Hogenbirk duikt een stuk klassiek Frans-Belgisch humor-erfgoed opnieuw op. Spaghetti is al decennialang een naam die een belofte inhoudt: een klein, nerveus en vindingrijk figuurtje, soms wat geslepen, altijd meegesleurd in situaties die groter zijn dan hijzelf — gedragen door een topduo: René Goscinny en Dino Attanasio.
Een Italiaan in Kuifje-weekblad: geboorte van een populaire antiheld
Spaghetti werd ontwikkeld door Dino Attanasio (met René Goscinny als scenarist) en begon met kortere verhalen, die later uitgroeiden tot volwaardige albums. Het personage bestaat sinds het begin van de jaren 1950, maar de reeks vestigde zich vooral vanaf het einde van dat decennium en werd geliefd om zijn komische toon, herkenbare situaties en uitgesproken typetjes.
Wat Spaghetti meteen typeert, is zijn rol als komische antiheld. Hij beheerst de gebeurtenissen nooit helemaal: hij ondergaat ze, buigt ze om, knutselt zich erdoor. Hij wint zelden “op kracht”, maar eerder met een combinatie van bluf, toeval en kleine listen. Een held van alledag — en precies daarom blijft hij zo leesbaar, ook vandaag.

Spaghetti en Prosciutto: een komische motor die perfect draait
In de loop van de reeks krijgt Spaghetti een onvergetelijke tegenhanger: zijn neef Prosciutto (de spelling varieert wel eens per editie), een wandelende ramp die met zijn goedbedoelde stommiteiten elke onderneming op losse schroeven zet. De dynamiek is klassiek en doeltreffend: de één probeert koers te houden, de ander laat de boel ontsporen — en daar ontstaat de humor.
Goscinny’s scenario’s zijn daarbij voorbeeldig in timing: escalatie, snelle wendingen, stevige punchlines. Attanasio levert het visuele ritme: heldere mise-en-scène, beweging, en een tempo dat een gag planche na planche “onvermijdelijk” maakt.
Dino Attanasio: virtuositeit in dienst van ritme
We vergeten soms hoe belangrijk Attanasio is geweest: een tekenaar met een vlotte, flexibele lijn, iemand die moeiteloos tussen registers schakelde zonder aan leesbaarheid in te boeten. In overzichten van zijn werk wordt vaak benadrukt hoe hij bekendstond om zijn snelheid en zijn vermogen om in uiteenlopende stijlen te tekenen — ideaal voor een gagreeks die leunt op tempo en expressie.
Ook uitgevers historisch hoort Le Lombard bij het DNA van de reeks, met een lange albumtraditie die Spaghetti stevig verankert in het universum rond Kuifje en “"Jong Europa”.
Enkele herkenningspunten: reizen, gags en “ansichtkaart”-albums
Spaghetti speelt graag met het plezier van verplaatsing: reizen leveren nieuwe decors, nieuwe misverstanden en nieuwe kansen op komedie. Titels als Spaghetti in Parijs of Spaghetti in Venetië verraden al dat “toeristische” uitgangspunt, dat in de handen van Goscinny en Attanasio uitgroeit tot een gagmachine.
Dat het personage blijft rondreizen, blijkt ook uit recente uitgaven: in 2025 verscheen in het Nederlands een dubbelalbum met twee verhalen uit de jaren 1960, aangekondigd met hervertaling, nieuwe lettering en een extra dossier, expliciet gekoppeld aan het honderdste geboortejaar van Attanasio.
.jpg?width=609&height=800&name=spaghetti-zoekt-een-baatnje-stripweb%20(1).jpg)
De herneming door Pieter Hogenbirk: een evenwichtsoefening
Een herneming van een klassieker stelt altijd dezelfde vraag: wat moet je bewaren, en wat mag je verschuiven? Bij Spaghetti ligt het DNA vrij duidelijk:
-
een onmiddellijk herkenbare figuur (caricaturale, expressieve lichaamstaal), strak ritme in de vertelwijze (gags op de seconde, constante relances), karakterkomedie (Spaghetti de opportunist, Prosciutto de aandoenlijke ballast).
De keuze voor Pieter Hogenbirk is interessant omdat hij uit een teken- en striptraditie komt waarin helderheid en gag-efficiëntie essentieel zijn.
Enkele recente werken van Pieter Hogenbirk:
Om te slagen, moet zo’n herneming twee valkuilen vermijden:
-
het museumstuk: zo hard imiteren dat alles verstijft;
-
de brute modernisering: te snel sleutelen aan tempo, design of humor, waardoor de reeks haar eigenheid verliest.
De beste plek is die van het “levend eerbetoon”: de grammatica bewaren (leesbaarheid, slapstick, timing), maar tegelijk een andere hand toelaten — in lijnvoering, mimiek, kadrering.
Waarom Spaghetti vandaag nog leuk is om te lezen?
Omdat de reeks, onder de farce, iets tijdloos vertelt: overleven door vindingrijkheid. Spaghetti verovert de wereld niet; hij probeert erdoor te raken, met een energie die soms zielig is, vaak bewonderenswaardig. En precies daarom werkt zijn terugkeer: in tijden van perfecte helden is een personage dat struikelt en toch doorgaat een verrassend eigentijds plezier.


.jpg?width=600&height=422&name=662493%20(1).jpg)
