Théa Rojzman: 'Mary Bell' verschijnt bij Uitgeverij Lauwert

Bij Stripweb hebben we eerder dit jaar al de aandacht gevestigd op Getekend door de Holocaust (Dupuis, januari 2025), het indringende album van scenariste Théa Rojzman en tekenares Tamia Baudouin naar de reportages van Annick Cojean. Volgende week, op 25 mei 2026, verschijnt bij Uitgeverij Lauwert een tweede graphic novel van haar hand in het Nederlands: Mary Bell, een moordzuchtige kindertijd. Twee verpletterende boeken op nog geen anderhalf jaar tijd — en ondertussen heeft Rojzman op haar Facebookpagina aangekondigd dat het scenario voor haar volgende album klaar is. Een groot project rond Franse anarchisten van de Belle Époque, met aan de tekentafel een Berlijnse compagnon de route die we hier graag voorstellen: Stéphane Hirlemann. Tijd voor een rondje langs het werk van een auteur die geen kleine onderwerpen kiest.
Een eigenzinnige stem
Théa Rojzman (1974) studeerde filosofie en volgde daarna een opleiding sociale therapie. Sinds 2006 maakt ze strips — eerst als volledig auteur (scenario, tekeningen én kleur), vanaf 2015 uitsluitend als scenariste. Die ommezwaai gaf haar de ruimte om met heel uiteenlopende tekenaars te werken en in alle genres uit te waaieren: jeugd, humor, polar, biopic, sprookje, historische strip. Maar haar kompas wijst altijd dezelfde kant op: geweld, kindertijd, herinnering, veerkracht. Voor Grand Silence (Glénat, 2021, tekeningen Sandrine Revel) won ze onder andere de Prix des Lycéens op het festival van Angoulême. Vandaag werkt ze voor Glénat, Dupuis, Le Lombard, Daniel Maghen, Fluide Glacial — en binnenkort dus ook Albin Michel.
Getekend door de Holocaust — een noodzakelijk boek
Op 23 januari 2025 verscheen bij Dupuis in de prestigieuze Vrije Vlucht-reeks (nummer 166) Getekend door de Holocaust — de stripbewerking van de grote reportagereeks die journaliste Annick Cojean in 1995 voor Le Monde maakte en waarvoor ze in 1996 de Prix Albert Londres ontving, de meest prestigieuze prijs in de Franstalige onderzoeksjournalistiek. Scenario van Théa Rojzman, tekeningen en kleuren van Tamia Baudouin, vertaling Peter Ingelbrecht. 128 pagina's hardcover.

Wat het boek vertelt, is niet zozeer de gruwel zelf als wat eráchter ligt: het zwijgen van overlevenden die lang niet wilden — of niet mochten — praten, de manier waarop kinderen van overlevenden het trauma erven (die “wondertjes” die eigenlijk niet hadden mogen geboren worden, omdat hun ouders niet hadden mogen overleven), en — even ongemakkelijk — de last van kinderen van nazi's, “schuldig geboren”. En vooral: de ontwrichtende ontmoetingen tussen kinderen van beulen en kinderen van slachtoffers, die door moedige therapeuten in groepsverband werden begeleid. Een album over overdracht, erfenis, verantwoordelijkheid.

Het project is een coproductie met de Prix Albert Londres en het Mémorial de la Shoah in Parijs. Het maakt deel uit van een ruimere collectie die Dupuis samen met Jean-David Morvan opzet: bekroonde Albert Londres-reportages in stripvorm gieten. Drieluik in actie: een prijs, een reportage, een graphic novel — zodat journalistiek werk dat anders uit het zicht verdwijnt opnieuw een groot publiek krijgt.
Mary Bell, een moordzuchtige kindertijd — volgende week bij Lauwert
En dan, volgende week, op 25 mei 2026: het Nederlandse debuut van Mary Bell, een moordzuchtige kindertijd bij Uitgeverij Lauwert, hardcover, € 34,95. Tekeningen van de Italiaanse Vanessa Belardo, die met dit album haar Frans- en Nederlandstalige doorbraak beleeft. In het oorspronkelijke Frans (Glénat, collectie Karma, februari 2025) sleepte het album al twee prijzen in de wacht: de BD-prijs van RTL/Cultura van februari 2025 en de Prix Émile Girardeau van de Académie des sciences morales et politiques.

De feiten zijn bekend, maar blijven verbijsteren. Newcastle upon Tyne, 1968. Twee kleuters, Martin Brown (4) en Brian Howe (3), worden kort na elkaar gewurgd teruggevonden. De politie speurt twee meisjes op: Norma wordt vrijgesproken, Mary Bell, amper elf jaar oud, krijgt levenslang. De pers brandmerkt haar als “psychopaat”, het proces is snel afgehandeld, niemand stelt de vraag: hoe komt een kind hiertoe?

Zevenentwintig jaar later doet journaliste Gitta Sereny — onderzoekster van het kwaad binnen de nazi-rangen, auteur van Cries Unheard. The Story of Mary Bell — wat de rechtbank in 1968 niet deed: ze gaat luisteren. Bell is dan vrij, moeder van een dochtertje. Samen duiken ze de herinneringen in. Het boek van Sereny vormt de hoofdader van het scenario van Théa Rojzman, dat schakelt tussen drie tijdslijnen: de jeugd van Mary, het proces, en de gesprekken met Sereny in de jaren '90.
Rojzman wil niet vergoelijken — ze wil begrijpen. In interviews bij de Franse release was ze daar heel duidelijk over: een kind dat trauma's oploopt en dat door niemand wordt opgevangen of behandeld, draagt een zaadje van geweld in zich. Dat zaadje keert zich later tegen het kind zelf (verslaving, zelfmoord, psychiatrische stoornissen) of tegen anderen. Mary Bell was, in die zin, tegelijk beul én slachtoffer. Het misbruik in haar jeugd wordt in het album symbolisch behandeld in plaats van expliciet getoond — een keuze die elk voyeurisme uitsluit. Belardo voegt daar dromerige, expressieve sequenties aan toe die de innerlijke wereld van Mary in beeld brengen. Dat de structuur fragmentarisch is, hoort bij de aanpak: ook herinneringen komen niet in chronologische volgorde terug.
Een aangrijpend, soms ondraaglijk, maar essentieel boek. Geen lectuur om luchtig de avond mee door te brengen — wel een graphic novel die bij de beste van het jaar hoort, voor wie van true crime, psychologie en onderzoeksjournalistiek houdt.

En nu het grote nieuws: Rirette Maitrejean en de En-Dehors bij Albin Michel
Op haar Facebookpagina deelde Théa Rojzman onlangs een mooi tussenstation: het scenario voor haar volgende album is klaar en verstuurd voor validatie en correctie. Op het kaft van het manuscript, gedateerd mei 2026, staat zwart op wit:
Rirette Maitrejean et les En-Dehors
Scenario: Théa Rojzman / Tekeningen: Stéphane Hirlemann
Redactrice: Célina Salvador / Uitgeverij: Albin Michel
Het project graaft een te weinig gekende figuur uit de Franse sociale geschiedenis op: Rirette Maîtrejean (geboren Anna Henriette Estorges, 1887-1968), individualistisch anarchiste, journaliste bij het blad L'Anarchie naast Émile Armand en Albert Libertad, levenspartner van Victor Serge, en ongewild een sleutelfiguur in het proces tegen de bende van Bonnot in 1913.

De “En-Dehors” was de naam waarmee dat individualistisch-anarchistische milieu van de Belle Époque zichzelf aanduidde: afwijzing van loonarbeid, experimentele leefgemeenschappen, vegetarisme, het in vraag stellen van genderverhoudingen, een transgressieve manier van leven. Anne Steiner schreef er in 2008 een referentiewerk over (Les En-dehors, L'Échappée) dat Rirette weer in het centrum van dat verhaal plaatste. Dat Rojzman zich op dit onderwerp stort, met haar fijne kennis van collectieve psychologie en haar oog voor figuren die buiten de lijntjes kleuren, klinkt als een belofte. Dat het bij Albin Michel uitkomt, een huis dat de voorbije jaren een echte stempel drukt op de Franse graphic novel, geeft het project de juiste klankkast.
Aan de tekentafel — om het met haar eigen woorden te zeggen — “die gek uit Berlijn”: Stéphane Hirlemann.
Stéphane Hirlemann en De man zonder lach: een wereld apart
Hirlemann (1982), geboren in Zuid-Frankrijk, studeerde aan de befaamde tekenschool Émile Cohl en woont en werkt vandaag in Berlijn. Daar richtte hij met Margaux Lopis de grafische studio Shut-Studio op. Vóór de strip werkte hij voor het theater (scenografie, video mapping, animatie), maakte hij korte films voor cine-concerten en illustreerde hij voor Psikopat, AAARG!, Rolling Stone en Milan Presse.
Zijn intrede in de stripwereld kwam er in februari 2021 met L'Homme sans sourire (Bamboo / Grand Angle), op scenario van Stéphane Louis en met kleuren van Véra Daviet. Gelukkig voor de Nederlandstalige lezer is er ook een vertaling: De man zonder lach verscheen op 23 september 2022 bij Saga Uitgaven (hardcover, 72 pagina's in volle kleur, ISBN 9789085527305) — beschikbaar via onder meer Stripweb.
Een dystopische fabel, volledig in rijmende verzen geschreven. Het verhaal speelt zich af in een koninkrijk waar koning Vrolijk lachen en glimlachen tot exclusief recht van de adel heeft uitgeroepen. Onderaan zijn ivoren toren leven de “Grimmigen” — het gewone volk, veroordeeld tot eeuwige somberheid, voortdurend in de gaten gehouden door de Lachpolitie die zonder pardon de jukbeenderspieren doorsnijdt van wie ook maar een lachje laat ontsnappen. Hoofdpersoon meneer Hubert 31-36 draagt zelf zo'n litteken — een omgekeerde glimlach in zijn gezicht gekerfd na een onbedwingbare kinderlach. Op een dag ontmoet hij toevallig de dochter van de koning, een verdwaalde en loltrappende prinses die zich totaal niet bewust is van het gevaar dat haar in de onderstad wacht.
Wat het album extra lading geeft: scenarist Stéphane Louis (bekend van Tessa, I.S.S. Snipers, Liefde en haat) is zelf bipolair, en De man zonder lach is in zekere zin een verbeelding van die eigen psychische werkelijkheid — het schakelen tussen een wereld van afgedwongen somberheid en een wereld van geforceerde uitbundigheid. Dat verklaart de bijzonder persoonlijke ondertoon van het boek, en de uitsmijter op de laatste pagina die alles in een ander licht zet — zo'n boek dat je meteen weer wil openslaan om opnieuw te beginnen.
Visueel zet Hirlemann een heel eigen signatuur neer: ouderwetse arceringen die aan oude prentkunst en sprookjesgravures herinneren, asymmetrische cadrages, ingevallen silhouetten, en — gedragen door de okerbruine en groene tinten van Daviet — een drukkende sfeer die het verschil tussen de glanzende hofwereld en de troosteloze onderstad voelbaar maakt. Critici hebben de combinatie gemaakt: de hachuretechniek en het karikaturale van Andreas, gemixt met de “knuffelbaarheid” van Turf, in een wereld die ergens tussen Orwell, Paul Grimaults Le Roi et l'Oiseau en het zwarte sprookje zweeft. Een retro-futuristische, theatrale wereld die nu al laat zien dat Hirlemann politiek geladen verhalen visueel aankan.
Waarom dit duo veelbelovend is
Combineer de historische rigueur en de psychologische scherpte van Théa Rojzman met de dystopische, poëtische én politiek geladen verbeeldingskracht van Stéphane Hirlemann, en je hebt het ideale gespan om de Belle Époque van de Franse individualistische anarchisten in beeld te brengen. De Grimmigen uit De man zonder lach hadden trouwens al iets van proletariërs onder de hiel van een absurd regime — Rirette Maîtrejean en haar kameraden zijn er, op een bepaalde manier, het echte historische verlengstuk van.
Het scenario zit nu bij redactrice Célina Salvador voor validatie. Daarna mag het potlood van Berlijn aan de slag. Wij wachten in elk geval vol ongeduld.
In afwachting: haal volgende week Mary Bell, een moordzuchtige kindertijd in huis. En, als je dat nog niet gedaan hebt, haal er ook meteen Getekend door de Holocaust bij. Twee boeken die je niet ongemoeid laten — en die bewijzen dat HET MEDIUM STRIPVERHAAL, wanneer ze zich aan de grote onderwerpen waagt, het kan opnemen tegen om het even welke roman of essay.
Praktisch
- Mary Bell, een moordzuchtige kindertijd — Théa Rojzman & Vanessa Belardo — Uitgeverij Lauwert — hardcover — verschijnt 25 mei 2026 — € 34,95
- Getekend door de Holocaust — Théa Rojzman & Tamia Baudouin, naar Annick Cojean — Dupuis, Vrije Vlucht 166 — hardcover, 128 p. — januari 2025 — € 29,99 — ISBN 978-90-314-4205-8 — vertaling: Peter Ingelbrecht
- De man zonder lach — Stéphane Louis & Stéphane Hirlemann (kleuren: Véra Daviet) — Saga Uitgaven — hardcover, 72 p., full color — september 2022 — ISBN 9789085527305
- Rirette Maitrejean et les En-Dehors — Théa Rojzman & Stéphane Hirlemann — Albin Michel — in voorbereiding


