Skip to main content

Vertaald worden of stoppen: waarom Vlaamse stripauteurs niet zonder de Franse markt kunnen

geschreven door Stripweb
18 mei, 2026

Voor Vlaamse stripauteurs is een Franse vertaling vaak het verschil tussen doorgaan of stoppen. Joris Mertens en Judith Vanistendael getuigen. (1)

Brecht Evens, Joris Mertens, Olivier Schrauwen, Judith Vanistendael... Vlaanderen telt stripauteurs van wereldformaat. Maar zonder hun Franse vertalingen zouden velen onder hen vandaag iets anders doen. Een blik op de economische realiteit van het Vlaamse stripverhaal.

Wie in Vlaanderen een graphic novel maakt, weet meteen waaraan hij begint: een nichepubliek. De gemiddelde Vlaamse lezer houdt het liever bij vertrouwde reeksen zoals Suske en Wiske, of bij stripverhalen die voortborduren op populaire tv-series en lokale popcultuur. Voor wie buiten dat commerciële kader werkt, is de oversteek naar Franstalig België en Frankrijk geen luxe maar pure overlevingsstrategie.

Gauthier Van Meerbeeck, uitgeefdirecteur bij Le Lombard, vat het bondig samen in een gesprek met de RTBF: zijn uitgeverij werkt vooral met auteurs wier werk net iets minder evident commercieel is, en die andere taalgebieden nodig hebben om überhaupt te kunnen bestaan. De Vlaamse auteurs die wel meedraaien in de grote reeksen redden het doorgaans prima zonder de stap over de taalgrens. De rest niet.

"Zonder Franse vertaling was ik na één album gestopt"

Wie nog twijfelt aan de cijfers, hoeft alleen Joris Mertens te beluisteren. De Vlaamse striptekenaar — een laatbloeier die op zijn vijftigste debuteerde met Béatrice — is brutaal eerlijk: zonder een snelle Franse vertaling van zijn eerste album was hij ermee gestopt. Een Nederlandstalige uitgave brengt simpelweg te weinig op om van te leven, zegt hij. Op zijn leeftijd was het tout ou rien. Gelukkig werd Béatrice meteen vertaald, wat hem de motivatie gaf om een tweede album aan te pakken.

Hier raken we de kern van de zaak: de Nederlandstalige markt telt zo'n 25 miljoen sprekers — peanuts vergeleken met het Franstalige taalgebied. Een succesvol Vlaams stripalbum draait al gauw rond een paar duizend exemplaren. Een Frans album op een veelvoud daarvan. Voor een uitgever in Vlaanderen is de "redactionele enveloppe" — het bedrag dat hij een auteur kan voorschieten — dus per definitie beperkt.

Het structurele probleem: distributie

Maar zelfs een woordloos boek als Béatrice — dat je dus in heel het land zou kunnen verkopen — botst tegen muren. Reynold Leclercq, stripboekhandelaar bij Brüsel in Waterloo, wijst in het stuk van de RTBF op een hardnekkig probleem: Vlaamse stripuitgevers zijn niet aangesloten op het Franstalige distributienetwerk. Het gevolg laat zich raden: aan de andere kant van de taalgrens weten boekhandelaars nauwelijks wat hier verschijnt.

beatrice-stripweb

Mertens had geluk: zijn Vlaamse uitgeefster Anne Jossart van Oogachtend trok zelf naar Franstalige boekhandels om haar auteurs voor te stellen. Een aanpak die werkte — maar uitzonderlijk blijft. En ironisch genoeg leidde het succes ertoe dat Mertens uiteindelijk overstapte naar het Parijse Rue de Sèvres. Geen ondankbaarheid, benadrukt Leclercq, maar gewoon strategie: een Franstalige uitgever kan dankzij zijn grotere oplage simpelweg meer betalen.

De droom heet Engels

Voorbij het Frans ligt de echte heilige graal: het Engels. Auteur Judith Vanistendael bevestigt wat veel collega's denken — vertaald worden in de taal van Shakespeare betekent toegang tot de wereld. Le Lombard gebruikt Engelse vertalingen dan ook bewust als showroom: een leesbare versie waarmee Duitse, Poolse of Koreaanse uitgevers vervolgens kennismaken met het werk.

Want zo werkt het: een auteur tekent een contract met één uitgever, doorgaans voor de wereldrechten. Het is vervolgens aan die uitgever om met agenten naar internationale boekenbeurzen te trekken — Frankfurt vooraan — en daar zijn auteurs te verkopen. Zonder dat netwerk kom je niet ver.

Cultuur als tweede factor

Taal is niet alles. Of een album het maakt in een ander land, hangt evengoed af van het onderwerp. Vanistendael geeft een sprekend voorbeeld: haar boek De twee levens van Penelope, over de Odyssee, sloeg in als een bom in Frankrijk dankzij de Franse liefde voor Homerus. In Duitsland werkte het om een heel andere reden: het thema van een moeder die haar kind verlaat, raakte daar een gevoelige snaar die in Frankrijk of Vlaanderen veel minder leeft.

Met andere woorden: dezelfde strip, drie landen, drie totaal verschillende redenen om hem te lezen.

En het geld dan?

Romantisch verhaal, harde cijfers. De inkomsten uit vertalingen worden meestal fifty-fifty verdeeld tussen auteur en uitgever. Logisch, vindt Vanistendael — zij wil tekenen en verhalen vertellen, niet zelf op zoek naar buitenlandse uitgevers. Maar succes betekent niet automatisch jackpot: toen een van haar boeken in het Kroatisch verscheen, hield ze er 400 euro bruto aan over. Het is dus vaker prestige dan portefeuille.

Net daarom is de rol van Literatuur Vlaanderen onmisbaar. Voor de eerste twee vertalingen naar een vreemde taal kan een auteur op een beurs rekenen. Daarna stopt de steun en moet de uitgever het overnemen. Ook Joris Mertens geeft volmondig toe dat hij niet uitsluitend van zijn strips leeft: zijn spaargeld uit een vorige carrière in de filmwereld en de steun van Literatuur Vlaanderen maakten zijn tweede album mogelijk. Aan een derde wordt nu gewerkt.

Meer dan euro's: erkenning

Toch komen Mertens en Vanistendael in het RTBF-stuk op hetzelfde uit: vertaald worden is in de eerste plaats een artistieke bevestiging. Mensen die in een ander land hun zuurverdiende centen uitgeven om jouw werk te lezen — dat is, in de woorden van Mertens, "een heel sterke artistieke bevestiging".

Voor Vlaamse stripauteurs is een Franse vertaling vaak het verschil tussen doorgaan of stoppen. Joris Mertens en Judith Vanistendael getuigen. (1)

En precies daar zit het dubbele gevoel van het Vlaamse stripveld in 2026. Onze auteurs winnen prijzen, hun werk hangt in tentoonstellingen tot in Parijs en Angoulême, en toch blijft de basis broos. Zonder Frans geen brood, zonder Engels geen wereld, zonder Literatuur Vlaanderen geen startblok. Het is een ecosysteem waarin elk radertje telt — en waarin de taalgrens, twintig kilometer van Brussel, soms breder lijkt dan de Atlantische Oceaan.

Bronvermelding: dit artikel is gebaseerd op een reportage van Cynthia Deschamps voor RTBF over de plaats van Vlaamse stripauteurs op de Franstalige en internationale markt.

Tags:

Strip thema