Tetsuya Chiba overleden: afscheid van de vader van Ashita no Joe
De mangawereld is een van haar allergrootste namen kwijt. Tetsuya Chiba, de tekenaar van de legendarische boksreeks Ashita no Joe, is op donderdag 22 oktober op 87-jarige leeftijd overleden in een ziekenhuis in Tokio. Uitgeverij Kodansha, waar zijn bekendste werk verscheen, maakte het nieuws dinsdag bekend.
Chiba tekende bijna zeventig jaar lang strips en was een van de mensen die van sportmanga een volwaardig genre maakten. In 2024 werd hij als allereerste mangaka opgenomen in de Japanse Orde van Cultuur, een van de hoogste culturele onderscheidingen van het land. Een mooiere bekroning van een levenswerk kon je je nauwelijks voorstellen.
Een jeugd getekend door de oorlog
Chiba werd in 1939 in Tokio geboren, maar bracht zijn kinderjaren door in het door Japan bezette Mantsjoerije, in het noordoosten van het huidige China. Toen de oorlog op 15 augustus 1945 eindigde, brak daar de chaos los. Met de Sovjettroepen in aantocht kwam de plaatselijke bevolking in opstand, en het was bitterkoud. De jonge Chiba voelde de dood voortdurend dichtbij: een vriendje met wie hij aan het spelen was, kwam vlak naast hem om bij een plotse aanval.
Een Chinese vriend van zijn vader liet het gezin in het geheim onderduiken op een zolder. Daar verzon Chiba verhaaltjes en tekeningen om zijn jongere broertjes bezig te houden. Later zou hij zeggen dat die zolder het fundament legde voor zijn hele carrière als tekenaar.
Ook de terugreis naar Japan liet diepe sporen na. Aan boord van het schip dat de Japanners naar huis bracht, stierven veel passagiers. Hun lichamen werden in doeken gewikkeld en overboord gezet. De honger die hij toen voelde, vond decennia later zijn weg naar Ashita no Joe, in de scènes waarin een bokser zich uithongert om zijn gewicht te halen.
Hij was amper zeventien toen hij als mangaka debuteerde, en in 1958 volgde zijn eerste publicatie in een commercieel tijdschrift, Butokai no Shojo.
Een oorlogsmanga zonder helden
Over zijn eigen oorlogsherinneringen tekende Chiba lange tijd niets. Manga moest lezers volgens hem kracht geven om er morgen weer tegenaan te gaan, en oorlog was in zijn ogen niets dan verdriet en barbarij. Dat veranderde halverwege de jaren zestig, toen oorlogsmanga razend populair werden. Chiba schrok van hoe al die verhalen piloten voorstelden als helden die vijandelijke vliegtuigen neerhaalden en voldaan naar de basis terugkeerden. Hij vreesde dat kinderen zo zouden gaan denken dat oorlog stoer was.
Zijn antwoord was Shiden Kai no Taka (1963-1965), over een jonge marinepiloot. Chiba deed uitgebreid onderzoek, bezocht basissen in heel Japan en las getuigenissen van overlevende en gesneuvelde soldaten. Hij gaf zijn hoofdpersonage een vriendin en een moeder die hij innig liefhad, en toonde ook de Amerikaanse gezinnen die geliefden verloren door Japanse bombardementen. Oorlog, zo wilde hij laten zien, is een tragedie voor alle partijen. Het verhaal eindigt met het bevel om een kamikazemissie te vliegen. Chiba vertelde later dat hij er nachten van wakker lag.
Een paar jaar later volgde het werk dat zijn naam voorgoed zou vestigen.
Ashita no Joe: veel meer dan een boksverhaal
In 1968 begon Ashita no Joe in Weekly Shonen Magazine, op scenario van Asao Takamori (een pseudoniem van Ikki Kajiwara). Het verhaal volgt Joe Yabuki, een weesjongen uit de achterbuurten van Tokio die als underdog de bokswereld binnenstapt en uiteindelijk uitgroeit tot een bokser van wereldniveau.
Wat de reeks zo bijzonder maakte, is dat ze veel meer vertelt dan wie de volgende wedstrijd wint. Ashita no Joe werd een spiegel van de sociale en economische onzekerheid in het naoorlogse Japan, en een hele generatie herkende zich in die koppige jongen die weigert op te geven. De reeks werd een echt fenomeen, met meer dan 20 miljoen verkochte exemplaren.
Hoe diep het verhaal leefde, blijkt uit een beroemde anekdote: toen Joe's rivaal Toru Rikiishi in de strip om het leven kwam, organiseerden fans een heuse begrafenis voor hem. Een stripfiguur die écht betreurd wordt, dat zie je zelden. De populaire animeverfilming maakte de reeks nog groter, en het slotbeeld van Ashita no Joe behoort vandaag tot de bekendste beelden uit de hele mangageschiedenis.
Sumo, golf en een leven op papier
Chiba bleef niet bij boksen. Met Notari Matsutaro dook hij in de wereld van het sumoworstelen, en Ashita Tenki ni Naare volgt een jonge golfer. Telkens ging het hem minder om de sport zelf dan om de mensen die erin hun plek zoeken.
In december 2015 begon hij aan Hinemosu Notari Nikki, een autobiografische manga over zijn jeugd in Mantsjoerije, de terugkeer naar Japan en zijn leven als tekenaar. Daarin putte hij eindelijk rechtstreeks uit zijn oorlogsherinneringen. Door zijn achteruitgaande zicht tekende hij in die laatste jaren met een vergrootglas, en bij elke deadline dacht hij dat het weleens zijn laatste pagina kon zijn. In september van dit jaar moest hij de reeks om gezondheidsredenen onderbreken. Het blijkt zijn laatste werk te zijn.
Een erfenis die doorleeft
Naast de Orde van Cultuur werd Chiba in 2014 uitgeroepen tot Person of Cultural Merit, en in 2022 werd hij lid van de Japan Art Academy. Hij was voorzitter van de Japan Cartoonists Association en gaf les aan de Bunsei University of Art.
Misschien nog belangrijker is wat hij doorgaf aan nieuwe generaties. Al 46 jaar bestaat de Chiba Tetsuya-prijs, die jonge mangatalenten een eerste duw in de rug geeft. Volgens Kodansha zetten talloze tekenaars hun eerste professionele stappen met zijn woorden in het achterhoofd, en zijn velen van hen vandaag nog altijd actief. De uitgeverij noemt zijn bijdrage aan de mangawereld onvervangbaar.
Vorig jaar, 80 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, vertelde Chiba aan The Asahi Shimbun dat hij was gaan geloven dat manga kan bijdragen aan vrede. Als tekenaars over de hele wereld zouden verbeelden wat zij over oorlog denken, en kinderen die nooit oorlog meemaakten die verhalen zouden lezen, dan hoopte hij dat zij later met goede ideeën zouden komen. Hij was dan ook dankbaar voor de jongere generatie tekenaars die de oorlogservaringen van hun ouders en grootouders in beeld brengt.
Eindelijk in het Engels
Hoe groot Ashita no Joe in Japan ook is, buiten Azië bleef de reeks lang een onbekende klassieker. Daar komt nu verandering in: Kodansha brengt de reeks voor het eerst in het Engels uit als Ashita no Joe: Fighting for Tomorrow.
In het meest recente deel houdt Joe zich staande met gevechten op het rondtrekkende kermiscircuit, terwijl de flamboyante Carlos Rivera de Japanse bokswereld op zijn kop zet. Iedereen ziet in hem een vrolijke clown, behalve Joe, die doorheeft wie er echt achter dat masker schuilt. Het zet de jonge zwerver op weg naar de grootste uitdaging van zijn carrière.
Wil je kennismaken met het werk dat de sportmanga voorgoed veranderde? Bekijk de Engelse uitgave van Ashita no Joe in onze webshop.
Rust zacht, meester Chiba. Joe vecht verder.
Bronnen: The Japan Times, The Asahi Shimbun, Kodansha


