Jean Dufaux, de verteller die van woorden houdt
Weinig scenaristen hebben het Franco-Belgische striplandschap zo getekend als Jean Dufaux. Murena, Djinn, Niklos Koda, Barracuda, Giacomo C., De Klaagzang van de Verloren Gewesten: het zijn stuk voor stuk reeksen die bij Stripweb al jaren tot de vaste waarden behoren. Dit najaar verschijnen twee nieuwe albums van zijn hand, en het Franse magazine dBD greep die gelegenheid aan voor een uitgebreid gesprek met de man die zichzelf omschrijft als iemand die altijd heeft getwijfeld tussen het beeld en het woord. Wij lazen het interview en pikten er de mooiste gedachten uit.
Twee nieuwe albums
De Klaagzang van de Verloren Gewesten, cyclus 4: De Sudenna's, deel 5
Met dit vijfde deel sluit Dufaux de cyclus af die hij samen met Paul Teng tekende. Hij noemt het zelf "weer een lang avontuur dat eindigt", een extra steen op het bouwwerk van De Klaagzang. Op het einde van het verhaal kijkt Sioban, getekend door wat ze heeft meegemaakt, terug naar haar verleden en naar de oorsprong van haar familie. Ze overweegt de Verloren Gewesten te verlaten en terug te keren naar het koninkrijk waar de vloek vandaan komt die haar en haar familie treft. Daarmee bouwt Dufaux een brug naar de cyclus die Béatrice Tillier tekende over de geschiedenis van dat koninkrijk. Zoals hij zelf zegt: de bruggen staan er, je kunt ze beginnen oversteken. Wie de cycli samen leest, ziet pas echt hoe alles in elkaar past.
Bekijk & bestel De Klaagzang van de Verloren Gewesten, cyclus 4
Murena 14: In de schaduw van Mithras
In Murena blijft de grote geschiedenis het verhaal sturen. Dufaux en tekenaar Jérémy weven hun fictie rond gecontroleerde historische feiten, en in dit veertiende deel doet het Oosten zijn intrede: zijn betoveringen, zijn priesters, zijn wreedheid, maar ook zijn politieke belangen en de zoektocht naar een macht die alleen met de goedkeuring van Rome kan groeien. Lucius Murena zelf blijft op zoek naar innerlijke rust. Die vindt hij volgens zijn schepper waarschijnlijk bij vrouwen, bij hun begrip en hun generositeit. Maar daarvoor zou hij ook afstand moeten nemen van de macht, en dat is in Rome nooit vanzelfsprekend.
Na het overlijden van Philippe Delaby is Jérémy intussen helemaal ingeburgerd als tekenaar van de reeks. Dufaux is duidelijk: hij maakt Murena af met Jérémy en Murena Africa met Theo Caneschi, twee tekenaars in wie hij alle vertrouwen heeft. Zolang de emotie er is en een personage zijn geheimen bewaart, zegt hij, blijft het avontuur de moeite waard.
Een camera in elke prent
Wat Dufaux zoekt in een tekenaar, is geen technisch perfecte hand maar een auteur met stijl, "een zeldzamer goed dan je denkt", en vooral iemand met gevoel voor regie. Zelf kan hij naar eigen zeggen nog geen ei tekenen, maar hij weet wel waar de camera in elke prent moet staan en welk ritme een plaat nodig heeft. Ritme en stijl, dat is volgens hem de ademhaling van een verhaal.
Opvallend is ook zijn principiële kant. Een strip is voor hem een spel met gelijke inzet: tekening, grafische kunst, schrijven en de regie van het geheel. Vijftig-vijftig dus, en niet de 33/66-verdeling die in België lang de traditie was. Bij zijn allereerste contract, voor La Toile et la Dague met Aidans, was het nog de tekenaar die de scenarist betaalde, niet de uitgever. Dufaux had het geld nodig, maar weigerde te tekenen. Het contract werd aangepast. Hij ziet zichzelf als lid van de generatie die de baas-werknemerverhouding in de Belgische strip heeft doorbroken.
Een klein detail dat veel zegt: hij kan geen verhaal beginnen zolang hij de namen van zijn personages niet heeft gevonden. De naam legt een geschiedenis vast, een verleden.
La bande à Dufaux
Jarenlang werkte Dufaux met een hechte groep vrienden: Delaby, Grenson, Jérémy, Xavier, Mirallès, Marini. Ze woonden bijna allemaal in België, wat lange en soms goed besproeide tafels opleverde waar planches werden gelezen en becommentarieerd. Een laboratorium, noemt hij het, waarin niemand zichzelf te ernstig nam. De dood van Philippe Delaby maakte daar een einde aan. Het verdriet woog te zwaar en de vrienden besloten in onderling overleg de bijeenkomsten te stoppen.
Ook het overlijden van Yves Schlirf, zijn jarenlange uitgever bij Dargaud Benelux, kan hij nog altijd moeilijk vatten. Hij hoort nog zijn stem die hem verwijt dat hij de telefoon niet opneemt. Vandaag komt het talent via het internet van overal ter wereld naar hem toe, en af en toe slaagt iemand erin zijn verbeelding wakker te schudden. Dan vertrekt hij opnieuw op avontuur.
Vier tot vijf uur per dag
Dufaux werkt al meer dan veertig jaar in het vak en windt er geen doekjes om: hij heeft niet meer de energie van vroeger. Schrijven doet hij nog vier tot vijf uur per dag, zes dagen op zeven. De rest van de tijd leest hij, kijkt hij films, luistert hij naar vrienden en bewondert hij zijn kleindochter. Marcus Aurelius, Cicero en Montaigne leren hem vooruit te kijken zonder zichzelf wat wijs te maken. Van het negatieve heeft hij geleerd het bij het huisvuil te zetten.
Zijn leermeesters komen uit de roman en de film. Hij haalt Hitchcock aan, die op het einde van zijn carrière voor Topaz drie verschillende slotscènes draaide en ze uiteindelijk door elkaar mengde. Wanneer hij zelf zijn personages niet meer in de hand heeft, zegt Dufaux, zal het tijd zijn om het doek te laten zakken. Tot dan laat hij de inspiratie gewoon komen. Hij citeert graag de muzikant Claude Bolling: als die aan de piano ging zitten, werd de inspiratie vriendelijk verzocht te verschijnen.
Wat er nog aankomt
Wie na deze twee albums nog niet genoeg heeft van Dufaux, kan vooruitkijken:
- Volgend jaar verschijnt Maanbloed (Sang-de-Lune), de meesterlijke reeks die Dufaux maakte met tekenares Viviane Nicaise, in een integrale editie. We houden je op de hoogte zodra de verschijningsdatum vastligt.
- Bij Glénat verschijnt in maart 2027 Jean Dufaux, tisseur d'histoires, een boek met gesprekken met Marc Carlot in de reeks Les Cahiers de la bande dessinée. Dufaux belooft er openhartig in te zijn, maar waarschuwt met een knipoog dat een beetje houten taal in deze tijd soms een noodzakelijk schild is.
- Ook de Franse heruitgaven van Giacomo C. (seizoen 1) en de integrale van Sang-de-Lune liggen intussen in de rekken.
Alle strips van Jean Dufaux bij Stripweb
Zijn laatste woord in het interview? Dat het laatste woord er eindelijk eentje mag zijn waar hij zelf tevreden over is. Wij vermoeden dat hij er nog wel een paar in petto heeft waaronder een nieuw avontuur met de tekenaar van Wild West de heer Jacques Lamontagne.
Bron: interview door Frédéric Bosser in dBD magazine.
Dit album in de webshop van Stripweb Kortrijk
Bekijk in de webshop


